Diagnose

< Vorige pagina          Volgende pagina >

In principe zou elke huisarts de diagnose POTS of OH kunnen stellen. Maar omdat dysautonomie nog zo onbekend is, kun je als patiënt het beste terecht bij een neuroloog, cardioloog of internist met ervaring en kennis over POTS of OH. Deze specialist vraagt je uitgebreid naar je symptomen en kan verschillende onderzoeken laten uitvoeren.

Kanteltafeltest

Het belangrijkste onderzoek is de kanteltafeltest. Hierbij word je veilig vastgegespt op een soort behandeltafel die naar een staande positie kan worden gekanteld. Maak je geen zorgen, je komt niet op je kop te hangen! Tijdens de test worden je hartslag en bloeddruk voortdurend of regelmatig gemeten. Eerst lig je tien minuten horizontaal zodat de arts je hartslag en bloeddruk in rust kan meten. Vervolgens kantelt de tafel bijna, maar niet helemaal verticaal. Je voeten rusten op een voetenplank. Daardoor gebeurt er in je lichaam hetzelfde als wanneer je staat, met als enige verschil dat je geen spieren gebruikt om jezelf overeind te houden. Je blijft minstens tien minuten, maar meestal langer in deze houding en vertelt de assistent wat voor symptomen je ervaart. Houd je het echt niet meer vol of val je flauw, dan kantelt je bed weer terug naar de horizontale positie en mag je rustig bijkomen.

Actieve sta-test

Een gemakkelijkere manier om het belangrijkste criterium van POTS of OH vast te stellen is de actieve sta-test. Deze kan een huisarts uitvoeren. Ook kun je deze test zelf thuis afnemen, bijvoorbeeld om na te gaan of het zin heeft jezelf op POTS of OH te laten onderzoeken.

Bij deze test lig je eerst tien minuten lang rustig op de grond of op een bed, en meet je je hartslag en bloeddruk. Vervolgens ga je voorzichtig staan en houd je dat minstens tien minuten vol, terwijl je regelmatig je hartslag en bloeddruk meet.

Gebruik voor het meten van de bloeddruk een betrouwbare bloeddrukmeter. Je hartslag kan je op verschillende manieren meten. Heb je geen bloeddrukmeter, sporthorloge of smartphone met hartslagfunctie, dan kan je op ouderwetse manier de slagen tellen gedurende een halve minuut, en dan simpelweg het aantal getelde slagen verdubbelen.

De metingen gebeuren een minuut nadat je gaat staan en vervolgens elke drie minuten. Let op: val je wel eens flauw, let dan op en ga op tijd weer liggen als je aanvoelt dat je het niet meer volhoudt.

Andere tests

Ander tests die vaak bij het diagnoseproces horen zijn bloedonderzoek, urine-onderzoek, een holtertest en een inspanningstest. Deze tests moeten andere oorzaken van orthostatische intolerantie en/of een verhoogde hartslag of verlaagde bloeddruk uitsluiten. Over deze onderzoeken vind je o.a. informatie op de website van je ziekenhuis.

< Vorige pagina          Volgende pagina >

Advertenties