DysConf 2018. Deel 2: Behandeling.

Vorig weekend (22-24 juni) vond in Nashville (VS) het zesde congres van Dysautonomia International plaats. Een 40-tal dysautonomie experts kwamen er spreken over hun medische en wetenschappelijke inzichten. Het congres werd bijgewoond door wetenschappers, vertegenwoordigers van belangenorganisaties, voorvechters van patiëntenrechten, zorgverleners en heel veel patiënten. Wij waren er helaas niet bij, maar dankzij enkele ijverige verslaggevers die de wereld op de hoogte hielden via de sociale media, kunnen we je toch een overzicht bieden van de hoogtepunten. Omdat een tweedaagse conferentie met zoveel sprekers niet op één pagina samen te vatten valt, deelden we het verslag op in vijf stukken.

* Hou er rekening mee dat dit verslag volledig gebaseerd is op de berichtgeving van anderen. Wij kunnen dus niet garanderen dat er hier en daar een foutje of verkeerde interpretatie in geslopen is. Ook komen helaas niet alle sprekers erin aan bod. De originele berichtgeving kan je nalezen op Twitter via #DysConf2018. De video-opnames van de lezingen zullen binnenkort door Dysautonomia International beschikbaar gemaakt worden. We houden je op de hoogte.

<< Deel 1: Is POTS een auto-immuunziekte?

>> Deel 3: Complicaties en symptomen.
>> Deel 4: Uit te sluiten oorzaken.
>> Deel 5: En verder…

Deel 2: Behandeling.

Uiteraard kwamen behandelingsmethoden voor POTS en dysautonomie ook dit jaar ruimschoots aan bod. Zoals altijd herhaalden de sprekers nog eens de standaard behandelmethoden voor symptoomverlichting, maar er was ook aandacht voor nieuwere vormen van behandeling. Deze zijn meer toegespitst op het proberen terugdringen van de auto-immune respons die waarschijnlijk vaak aan de basis ligt van de klachten. We kunnen de komende tijd nog geen wonderen verwachten, maar er is wel degelijk hoop op betere POTS-medicijnen in de toekomst.

Medicatie

Prof. Blair Grubb (University of Toledo) gaf een overzicht van de eerstelijns medicatie.  Al deze vormen van medicatie zijn bedoeld om de symptomen te verminderen, maar genezen de aandoening zelf niet. Dit soort medicatie omvat bloedvolumeverhogers (fludrocortison), vasoconstrictors (midodrine), hartritmeverlagers (betablockers), verbetering van zenuwgeleiding (pyridostigmine),  en adrenerge remming (clonidine, methyldopa) voor hyperadrenerge symptomen. Prof. Grubb behaalde, vooral bij patiënten met een hoge rusthartslag, recent ook heel goede resultaten met ivabradine (Procoralan, sinusknoop-remmer) dat de hartslag vertraagt zonder de bloeddruk te verlagen. (Lees meer over medicatie bij POTS)

Cardio-vasculaire training

Dr. Satish Raj (University of Calgary) raadt POTS patiënten steeds cardio-vasculaire training aan: conditietraining die de hartconditie verbetert, zoals (lig)fietsen, zwemmen of roeien. POTS-patiënten die dit soort training volhouden merken vaak dat hun symptomen verminderen. Het is echter niet helemaal duidelijk of training bij alle POTS-patiënten de symptomen zou verminderen, of dat enkel patiënten met mildere symptomen überhaupt in staat zijn te trainen. In elk geval moet training steeds liggend of zittend gebeuren (roeien, ligfietsen, zwemmen) opdat alle energie kan gestopt worden in de training, en niet verloren gaat aan vechten tegen de orthostatische stress van rechtop zijn.

Water en zout: bloedvolume op peil houden

Prof. Raj wijst op het belang van een gezond bloedvolume. Hij raadt POTS patiënten aan om, tegen de gebruikelijke gezondheidsadviezen in, steeds een zoutrijk dieet te volgen. De dagelijkse hoeveelheid zout zou moeten verhoogd worden tot 10g per dag, aangevuld met 2 à 3l water per dag. Uit onderzoek blijkt dat een dergelijke maatregel het bloedvolume van een POTS patiënt verhoogt tot op het niveau van een gezond persoon die een zoutarm dieet volgt. Prof. Grubb sprak daarnaast over intraveneus toegediende zoutoplossing. Dit is een therapie waarbij via een infuus zoutoplossing wordt toegediend om het bloedvolume te verhogen. Het wordt toegepast bij patiënten met ernstige dehydratatie. Maar in onder andere in de VS wordt het ook wel eens gebruikt om het bloedvolume van POTS-patiënten te verhogen. Het heeft een positief effect bij 90% van de patiënten. Maar er zijn grote risico’s aan verbonden: Elke infusie heeft slechts enkele dagen effect en moet dus frequent herhaald worden. Het kan snel de aders overal in het lichaam vernietigen en veroorzaakt vaak ernstige infecties. De consensus is nu dat het enkel als laatste redmiddel moet worden toegepast.

IVIG

Er was dit jaar veel aandacht voor IVIG. Niet in het minst omdat Lauren Stiles, de voorzitter van Dysautonomia International, aankondigde financiering bijeen te hebben gekregen voor de eerste studie ooit naar het effect van IVIG bij POTS. IVIG of IntraVeneuze ImmunoGlobulinen is een medicijn dat bestaat uit antistoffen uit het immuunsysteem van wel duizenden plasmadonoren. Het wordt toegepast in de behandeling van sommige autoimmuunaandoeningen. Er zijn anekdotische berichten voor de werkzaamheid bij POTS. Omdat er voor één dosis IVIG duizenden bloeddonoren zijn, is het medicijn echter heel duur, schaars en kan het ernstige nevenwerkingen hebben.

Prof. Grubb noemt IVIG zwarte magie: “Het werkt bij sommige patiënten, maar we weten niet wat het doet.” Hij benadrukt het belang van voorzichtigheid met bloedproducten. Hij herinnert zich de periode waarin HIV nog niet gekend was, en mensen geïnfecteerd raakten door bloedtransfusies.

Prof. Brent Goodman (Mayo Clinic) behandelt patiënten met al langer bekende autoimmuunaandoeningen, zoals de ziekte van Sjögren, met IVIG. Hij gebruikt steeds vaker subcutane immunoglobulinen (SCIG of SubQ, onderhuids ingespoten) in plaats van IVIG (intraveneus, dus rechtstreeks in de ader) vanwege het grote risico op hersenvliesontsteking in het laatste geval. Hij wijst er verder op dat bij het syndroom van Sjögren vaak autonome symptomen, zoals POTS, voorkomen en dat IVIG in die gevallen soms de autonome symptomen vermindert zonder de ziekte zelf stil te leggen. Waarom dit gebeurt is nog onbekend.

De door Lauren Stiles aangekondigde studie naar IVIG bij POTS gaat hopelijk antwoord geven op de vraag welke POTS-patiënten baat hebben bij IVIG en waarom.

Afleidingspeptiden: hoop op een echt geneesmiddel?

Prof. David Kem (University of Oklahoma) gaf hoop op de ontwikkeling van een echt geneesmiddel specifiek voor POTS op basis van ‘decoy peptides’, oftewel ‘afleidingspeptiden’. Dit zijn stoffen die ongeveer dezelfde vorm hebben als de door auto-antistoffen aangevallen receptoren. Wanneer je ze toedient, vallen de auto-antistoffen deze peptiden aan in de plaats van je gezonde receptoren. Ze leiden dus als het ware de auto-antistoffen af, zodat ze het medicijn aanvallen en niet meer jouw eigen lichaamscellen.

De onderzoekers ontwikkelden afleidingspeptiden voor 3 types receptoren waar POTS-patiënten vaak auto-antistoffen voor hebben ontwikkeld. Om uit te testen of het inderdaad werkt, testten ze het middel op muizen. De muizen werden getraind om een kanteltafeltest te ondergaan. Ze kregen de bewuste auto-antistoffen toegediend, waarop ze POTS symptomen ontwikkelden. Na toediening van het nieuwe medicijn waren de muizen genezen van POTS: hun hartslag steeg niet langer buitenproportioneel bij de kanteltafeltest.

We kunnen echter niet te vroeg juichen. Muizen zijn echter geen mensen. Maar al te vaak lees je juichende krantenkoppen over wetenschappelijke studies op muizen, maar blijkt later dat de betreffende medicijnen bij mensen toch echt een andere werking hebben. Een volgende stap in het onderzoek naar afleidingspeptiden is dan ook dat ook menselijke POTS-patiënten het middel moeten uitproberen. En helaas komt daar een kink in de kabel.

Er zijn namelijk juridische problemen met het patent op de techniek. Prof. Kem en zijn team zijn druk bezig deze problemen op te lossen, en verwacht wordt dat er een uitspraak in de patentzaak komt binnen minder dan een jaar. Pas wanneer die uitspraak positief is, kan gestart worden met klinische tests op mensen.

Ook als het medicijn niet alleen muizen, maar ook mensen van hun POTS af blijkt te helpen, zijn we er nog niet. Eerst moeten er betrouwbare tests voor auto-antistoffen tegen de receptoren op de markt komen, zodat artsen na kunnen gaan of hun POTS-patiënt daadwerkelijk de auto-antistoffen in het bloed heeft waar dit medicijn zich op richt. Zelfs als alles vanaf nu van een leien dakje gaat – er kan gelijk met de klinische tests worden gestart , én deze blijken bovendien succesvol – zal het toch minstens vijf jaar duren eer een geneesmiddel op de markt kan worden gebracht. Maar er is dus wel voorzichtige hoop!

Stimulatie van de vagale zenuw

De vagale zenuw is een belangrijk onderdeel van het autonoom zenuwstelsel. Hij staat onder andere in voor de aansturing van het immuunsysteem. Stimulatie van de vagale zenuw kan dan ook het anti-inflammatoire, of ontstekingsremmende systeem beïnvloeden. Een vagale zenuwstimulator is een klein elektrisch apparaatje dat in het lichaam rond de vagale zenuw wordt geplaatst. Het werd oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van epilepsie. Implanteren van een vagale zenuw stimulator is echter duur en houdt risico’s in. Prof. Andre Diedrich (Vanderbilt University) onderzocht het effect van een alternatieve manier om de vagale zenuw te prikkelen: via een externe stimulator, op het oor geklemd. Hoewel de stimulatie geen effect had op de hartslag zelf, namen symptomen van orthostatische intolerantie bij alle proefpersonen wel enigzins af. De testgroep was echter heel klein. Verder onderzoek met een grotere groep patiënten is dus nodig.

<< Deel 1: Is POTS een auto-immuunziekte?

>> Deel 3: Complicaties en symptomen.
>> Deel 4: Uit te sluiten oorzaken.
>> Deel 5: En verder…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s