Ik werk (niet) dus ik ben (niet).

mirror-frame-2407292_960_720

Voor ik ziek werd, was ik wetenschapper. Ik ben het nog steeds. Denk ik. Of kun je pas iets ‘zijn’ als dat ook centen binnen brengt? Mijn inkomen komt op dit moment namelijk van de gemeenschap, in de vorm van een ziekte-uitkering. Daar ben ik heel dankbaar voor. Maar toch was het verlies van mijn job een van de meest ingrijpende veranderingen om te incasseren.

Wie ben je?

Werken is meer dan een manier om je boterham te verdienen. Een job is een stukje van je identiteit. Let maar eens op hoe vaak je beroep in één adem met je naam wordt genoemd. Wanneer je mensen ontmoet, komt na ‘hoe heet jij?’ steevast ‘en wat doe je?’. Het eerste item in je facebookprofiel is je professionele activiteit. Mensen worden op tv of in de krant standaard aangekondigd als: ‘Inge (32, magazijnier)’. Mensen verkopen niet alleen spullen, ze zijn verkoper, of informaticus, of truckchauffeur.

Ik was dus wetenschapper.

Olivia (36, niets)

En plots werd ik ziek. Zo ziek dat aan wetenschap doen onmogelijk werd, en ik dus mijn job moest opgeven. Het ging van ‘Olivia (36, wetenschapper)’ naar ‘Olivia (36, niets)’. Ik weiger ‘ziek’ aan mijn identiteit toe te voegen. De ziekte is wat mij tegenhoudt. Het is de bol aan mijn been en het bepaalt een groot stuk van mijn dagelijkse doen en laten. Maar het is niet wie ik ben.

Ex-wetenschapper

Ik voel me eigenlijk nog steeds wetenschapper. Maar misschien maak ik mezelf iets wijs? Mijn ex-collega’s, die ik overigens gigantisch mis, dat zijn de echte wetenschappers. Ik zit thuis, met nog enkel mooie herinneringen aan die opwindende tijden in het labo. Ex-wetenschapper klinkt dan weer zo dramatisch. Alsof mijn zorgvuldig opgebouwde kennis en vaardigheden zomaar ineens verdwenen bij het indienen van mijn ontslagbrief.

Gefaald

Hoe lang kan je trouwens ‘ex-‘ zijn, vooraleer je weer iets anders wordt? En wat word je als er niets nieuws in de plaats komt? Officieel ben ik ‘arbeidsongeschikt’. Dat mag dan technisch gesproken wel kloppen, maar als deel van mijn identiteit vind ik het maar niets. Het klinkt mislukt, gefaald. En bovendien is het zo zwart-wit. Alsof ik een nietsnut ben waar niemand nog iets mee aan kan. Professioneel aanmodderaar. Ik weiger ‘niets’ te zijn.

Gat in mijn identiteit

Toen ik net ziek was heb ik dan ook veel tijd en energie gestopt in het zoeken naar manieren om dat gat in mijn identiteit op te vullen. Ik heb tegen beter weten in een job aangenomen waarvan ik wist dat ik eraan kapot zou gaan. Op het randje van een burn-out heb ik twee jaar later mijn ontslag ingediend. Ik heb een halve apotheek aan medicatie uitgeprobeerd om toch maar dat ene middel te vinden waarmee ik nét goed genoeg zou functioneren om mijn job te kunnen behouden. De rest van mijn leven fikste ik later dan wel. Ik heb een loopbaancoach onder de arm genomen om me te helpen zoeken naar een nieuwe identiteit, naar een job die ik wél kon doen zonder mijn lijf in de vernieling te rijden. De ziekte bleek voor elk scenario een spelbreker.

Ik ben wie ik ben

Inmiddels ben ik op een punt dat werken niet langer mijn identiteit hoeft te bepalen. Ik ben wie ik ben, zelfs als ik niet weet wat dat dan juist is. En dat is ok. Tegelijk heb ik voldoende activiteiten gevonden die mij niet fysiek nekken, en waar ik toch trots op kan zijn. Ik ben erachter gekomen dat mijn waarde als mens niet afhangt van het cijfer op mijn belastingbrief, noch van de werkgever in mijn facebookprofiel.

Een arm en een been

Toch kijk ik uit naar de dag waarop ik terug, minstens gedeeltelijk, mijn eigen kost bijeen krijg. Niet enkel om het gat in mijn identiteit te dichten, maar ook omdat het me terug wat financiële slagkracht zou geven. Zo’n ziekte kost je namelijk een arm en een been, en een uitkering is ook niet bepaald de pot goud aan het einde van de regenboog. Een eigen inkomen zou me bovendien ook minder afhankelijk maken van de goodwill van de maatschappij. Die is namelijk helaas niet langer vanzelfsprekend. Het debat over activering en responsabilisering van zieken klinkt de laatste tijd steeds medogenlozer.

Ooit misschien

Na heel wat outside the box denken heb ik nu een concreet idee hoe ik ondanks mijn ziekte toch weer professioneel actief zou kunnen worden. Het zal veel creativiteit en nog meer doorzettingsvermogen vereisen. En garanties op slagen zijn er helaas niet. Maar ik heb er zin in. Als mijn eigenzinnige lijf een beetje mee wil, en de overheid de nodige ondersteuning wil voorzien, dan zal ik op een dag misschien opnieuw een woord kunnen toevoegen aan mijn identiteit. Ik zal er geen ander mens van worden. Ik blijf wie ik ben. Maar mijn naam zal weer volledig zijn.

 

Olivia.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s